BASSUS   

Marc Busnel (foto Sander Heezen)
Tijdens zijn studie musicologie aan de Universiteit van Tours richtte Marc Busnel zich op het repertoire van de Renaissance met het ensemble Jacques Moderne onder leiding van Jean-Pierre Ouvrard. Tegelijkertijd stelde zijn muzikale opleiding en schrijfstudies aan het Conservatorium van Tours en klassieke zanglessen bij Pali Marinov hem in staat om toegang te krijgen tot vele muziekstijlen, waaronder ook hedendaags. Na zijn professionele debuut bij het ensemble Clément Janequin treedt hij momenteel op met de ensembles Musica Nova, Huelgas, Doulce mémoire, Ensemble Solistes XXI (Les Jeunes Solistes), Les musiciens de Saint-Julien, La Main harmonique, Cappella Pratensis, Correspondances, La Sestina, etc. op tal van concerten en opnames, waaronder als soliste. Hij werkte onder leiding van Jean-Pierre Ouvrard, Paul van Nevel en Dominique Visse aan repertoire uit de middeleeuwen en de Renaissance, met Hervé Niquet, Martin Gester en Sébastien Daucé aan barokmuziek, met Bernard Têtu aan de klassieke en romantische periode en met Marie-Claude Vallin, Roland Hayrabedian, Leo Warinsky, Bruno Mantovani, Peter Eotvös en Sylvain Cambreling aan hedendaagse muziek. Zijn specialisatie in de muziek van de Renaissance leidde hem tot het leren lezen van facsimiles aan de CRR in Tours en tot een samenwerking met het Centre d’Études Supérieures de la Renaissance in Tours over de projecten Corpus des Messes Anonymes du XV siècle en Atelier Virtuel de Restitution Polyphonique van het musicologisch onderzoeksprogramma Ricercar.

 


Maté Bruckner (foto Sander Heezen)
Máté begon zijn zangcarrière in het koor van de Benedictijnse kerk Saint Ignatius van Loyola in Győr, Hongarije, onder leiding van professionele muzikanten zoals Áron Kelemen en Gábor Soós. Geïnspireerd door hun toewijding, streefde hij een muzikale carrière na. In 2016 verhuisde hij naar Den Haag om oude muziek te studeren bij leraren als Rita Dams en Peter Kooij. Máté heeft samengewerkt met internationaal bekende muzikanten en deelgenomen aan internationale projecten die Europese conservatoria verbinden, zoals VoxEarlyMus in Italië en het AEC-platform in Roemenië. Zijn interesse verschuift de laatste jaren naar middeleeuwse en renaissancemuziek. Hij is lid van het ensemble Cantores Sancti Gregorii en treedt regelmatig op met Cappella Pratensis in verschillende Europese landen. Máté onderhoudt een relatie met zijn oude koor in Hongarije en de Augsburger Domsingknaben, waarmee hij recentelijk projecten heeft gedaan, waaronder muziek van Benedek Istvánffy en Bach’s Johannespassion.


Grantley McDonald (foto Sander Heezen)
Grantley McDonald combineert twee carrières: die van muzikant en academicus. Als muzikant trad hij op en nam hij op met toonaangevende ensembles in heel Europa, waaronder Cappella Pratensis, Diabolus in Musica, Chœur de Chambre de Namur en Salzburger Bachchor.
Als academicus is hij postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit van Oxford, waar hij werkt aan muziek in de late middeleeuwse Habsburgse rechtbanken (www.malmecc.eu). Hij leidt ook een groot project over de kapel van Maximilian I Habsburg aan de Universiteit van Wenen. Zijn onderzoek richt zich op de geleerde cultuur in de Renaissance, met name de verbanden tussen muzikaal denken, theologie, filosofie en geneeskunde.

 

Donald Bentvelsen (foto Sander Heezen)
Donald Bentvelsen begon als gitarist met een brede interesse in genres zoals klassiek, folk en rock, en zong ook daarbij. Zijn interesse voor zang werd verder aangewakkerd tijdens zijn studie Engelse Taal- en Letterkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden, waar hij ook bijvakken in Italiaans en Musicologie volgde, en door zijn toetreding tot het Leiden English Choir. Na deelname aan het Nederlands Studenten Kamerkoor, begon hij met zanglessen en studeerde later Klassieke Zang bij Margreet Honig aan het Sweelinck Conservatorium. Tijdens zijn studie sloot hij zich aan bij The Amsterdam Baroque Choir van Ton Koopman en richtte het Egidius Kwartet op. Hij ontwikkelde een passie voor oude muziek en barokke stijl en werkte aan een uitgebreide discografie met het Egidius Kwartet, inclusief opnames van de Leidse Koorboeken. Momenteel werkt hij ook aan opnames van de Bossche Koorboeken. Naast zijn werk met polyfonie, zingt hij bij diverse ensembles zoals het Nederlands Kamerkoor en componeert hij vocale muziek. Hij woont sinds 2011 in Wallonië en heeft naast muziek passies zoals fotografie, fietsen, wandelen en koken.


Bram Trouwborst (foto Sander Heezen)
Bram, die oorspronkelijk Geschiedenis en vervolgens Ruslandkunde studeerde aan de Universiteit Leiden, begon op zijn dertigste met zingen. Drie jaar later volgde hij een studie aan het Fontys Conservatorium in Tilburg, maar na twee jaar verhuisde hij naar Basel voor de Master in Advanced Vocal Ensemble Studies aan de Schola Cantorum Basiliensis, die hij in 2015 ‘met distinctie’ afrondde.
In zijn carrière focust Bram zich vooral op ensemble-repertoire uit de 14e tot 16e eeuw, werkend met groepen als Cappella Pratensis, Hemony Ensemble, Seconda Pratica en het Apollo Ensemble. Als solist heeft hij onder andere gezongen in Bach’s Passies, Mozart's Requiem en Rautavaara's Vigilia. Bram heeft ook gewerkt als koorzanger voor de Nederlandse Bachvereniging, Nederlands Kamerkoor, Helsinki Chamber Choir en andere Nederlandse professionele koren. Hij wordt gecoacht door zangpedagoog Geert Berghs.