Cappella Pratensis wint Abbiati Record Award

Cappella Pratensis, winnaar van de 5e editie Abbiati Record Award specifiek in de categorie “Ensemble Music” 

Cappella Pratensis, onAbbiati Record Awardder leiding van Stratton Bull, heeft een prijs gewonnen voor hun opname van Jacob Obrechts “Missa Maria Zart,” uitgebracht door Challenge Classics.

De Abbiati Record Award, is een prestigieuze muziekprijs die wordt uitgereikt in Italië. Deze prijs is genoemd naar Franco Abbiati, een prominente Italiaanse muziekcriticus en historicus. De Abbiati Award wordt jaarlijks toegekend aan uitstekende prestaties en opnames in de klassieke muziekwereld, waaronder uitvoeringen, opnames en andere bijdragen aan de muziekscène. Cappella Pratensis heeft deze prijs gewonnen in de categorie ensemblemuziek.

Nieuw Zakelijk Leider

Evelien HolsterCappella Pratensis! heeft een nieuw zakelijk leider; Evelien Holster.
Evelien heeft een sterke achtergrond in de klassieke muziekwereld. Haar betrokkenheid bij verschillende podia en organisaties, zoals Kamermuziek Breda, Chassé, Kamermuziek Souvenir en Cello Festival Dordrecht, wijst op haar toewijding aan de kunst en haar kennis van de branche. Het is duidelijk dat ze enthousiast is om met Cappella Pratensis samen te werken en de naam van het ensemble verder te verspreiden, evenals de organisatie verder te ontwikkelen. Haar ervaring en passie zouden zeker kunnen bijdragen aan het succes en de groei van Cappella Pratensis.

Cappella Pratensis’ vertaling van Ockeghem’s Requiem is top choice!

cover_640_01

In het wereldwijd toonaangevende Britse muziekmagazine GRAMOPHONE  – the worlds best classical music reviews – heeft Fabrice Fitch dertien uitvoeringen van Ockeghems Requiem beluisterd en vergeleken en Cappella’s uitvoering getiteld als TOP CHOICE!
Het Requiem van Johannes Ockeghem (1410-1497) wordt beschouwd als de oudste compositie van een dodenmis en is waarschijnlijk tussen 1460 en 1480 geschreven.

Wij zijn buitengewoon vereerd met deze prachtige oorstrelende kwalificatie: ‘ a compact, rounded, thoughtful performance of impassive beauty, Cappella Pratensis fashion a coherent performance out of a varied collection of individual movements in a recording that grows with repeated listening’. Waarvan akte!

Lees hier de recensie.

Nieuwe CD ‘Visions of Joy’ krijgt vijf Diapasons !

Nieuw succes! Nadat de NRC onze nieuwe CD ‘Visions of Joy | The Chapel of Hieronymus Bosch’ vier sterren had toegekend heeft het gezaghebbende Franse blad Diapason daar de beoordeling 5 Diapasons aan toegevoegd. De CD,  in juni verschenen, was al eerder de prijs-CD van de week op radio 4! Op deze CD zingt Cappella Pratensis de Missa Cum jocunditate van Pierre de La Rue ( Kortrijk 1450-november 1518). Deze Vlaamse componist heeft Jheronimus Bosch persoonlijk gekend. Beiden waren lid van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap in ‘s-Hertogenbosch.
Cappella Pratensis is verguld met al deze hoge waarderingen!

Onze platenmaatschappij Challenge Classics zegt er over:
Music clearly fascinated the great Dutch artist Hieronymus Bosch (c.1450-1516); his sketches and paintings are peppered with closely observed depictions of music-making and musical instruments. Bosch, a native of ’s-Hertogenbosch in the Duchy of Brabant, was a life-long brother of the city’s Brotherhood of Our Illustrious Lady, a large and prestigious organization for which sacred music was an essential and highly-valued part of its devotional life. Every Wednesday Bosch could gather with his Confraternity brothers in their opulent chapel in the church of St. John the Evangelist to celebrate a votive Mass in honour of the Blessed Virgin. This recording aims to capture a sense of the devotional soundscape that Bosch experienced throughout his life as a member of this music-loving Marian brotherhood. Instead of the frightening cacophony conjured by the artist’s vision of Hell, we encounter here the joy and serenity of the weekly Marian votive Mass liturgy. We have chosen the Missa Cum jocunditate by Pierre de la Rue (c.1452-1518), who was not only the most renowned composer of the Habsburg-Burgundian court but also an external member of the brotherhood from the early 1490s until his death in 1518. Indeed, La Rue may well have had occasion to meet Bosch during these years. Cappella Pratensis sings from the original notation, reading from scale copies of the confraternity’s manuscripts of plainsong and polyphony, and adopts the Brabant pronunciation of Latin those singers surely employed. They also read together from one large music book, like the men portrayed in the Singers in the Egg sketch attributed to Bosch.